Berichten

Hoe maken we werk van de energietransitie – samen met de buurvrouw die nog nooit een betaalde baan had?

De energietransitie: daar heb je misschien niet zo veel mee. Totdat je neef zijn boterham gaat verdienen in de energietransitie.

Het klimaat: nu even niet – of juist wel?

Ze leven van volle zalen, mijn vrienden R. en V.. 
R. maakt muziek, V. theatervoorstellingen. 
Ze zijn de stad uit: ze hebben geen verplichtingen, én geen inkomsten meer. Of neem E, met wie ik wel eens hardloop. Hij appte ons dat zijn tante overleed, op die overvolle afdeling in ziekenhuis Bernhoven.

Begin je dan over het klimaat? 

Nee. Je doet boodschappen voor je oudere buren, en een schietgebedje.  

Er zijn ook positieve effecten

In drie dagen tijd leegde je agenda zich: je hoeft niet meer om 9 uur ‘s ochtends al langs een voetbalveld staan. Er zijn geen balletlessen meer, en zelfs geen verjaardagsfeestjes. 

De stad is weer van ons, en op sommige momenten is ze net zo verlaten als Ramses Shaffy haar bezong in Het is stil in Amsterdam. Weg zijn de toeristen, weg is de stank van auto’s. Het geluid van vliegtuigen maakt plaats voor dat van vogels. 

Je realiseert je eindelijk weer hoe weinig je écht nodig hebt. Het is ook een verademing. En een kans. 

Reguliersdwarsstraat, een foto uit de serie Lege straten in Amsterdam tijdens Corona crisis, van Menno Ebbes

Het onvoorstelbare is ineens voorstelbaar 

Het is voor het eerst sinds de autoloze zondagen van den Uyl, in 1973, dat de overheid het hele publieke leven stil legt. 

Leerkrachten tuigen in een paar dagen online lespakketten op, en ook jij veert mee. Je leert net als ieder ander Zoomen en Skypen, en je weet nu hoe je al je collega’s met één druk op de knop kunt muten

Ja, maar het ergste moet nog komen

Daar ziet het wel naar uit. Corona gaat het leven eisen van nog veel meer kwetsbare mensen. En we stevenen onafwendbaar af op een mondiale recessie. Maar cynisch genoeg ligt juist dáár een kans. 

Never waste a good crisis, schreef de Britse ingenieur Andrew Wolstenholme in 2009. Hij adviseerde de bouwindustrie om de economische depressie te gebruiken om de sector weer gezond te maken. Vergelijk het met een storm die je huis platlegt. Bouw je het daarna weer op, zoals het was? Of maak je nu eindelijk een grotere keuken, en ga je meteen ook maar voor goede isolatie en een warmtepomp?

We moeten die vraag nu al stellen. Wat doen we straks, ná Corona?

Schuiven we met z’n allen weer aan in de file? Hoeveel vliegtuigen stijgen er dan weer op? Welke bedrijven redden we, en welke niet? En áls we ze redden – met ons belastinggeld – stellen we daar dan voorwaarden aan? Kunnen we op z’n minst Schiphol vragen om het woord groei uit de plannen te halen?

Rembrandtplein, een foto uit de serie Lege straten in Amsterdam tijdens Corona crisis, van Menno Ebbes

Maar we willen toch wél economisch herstel?

Jazeker. Maar als we alleen dáár op focussen, laten we andere kansen liggen. Dan is het risico groot dat we zó weer in ons oude karrenspoor terugglijden: naar business as usual. Of erger, dat we zo snel mogelijk ons oude welvaartsniveau terug willen, wat neerkomt op een extreem groeiscenario. Of dat we gaan inhalen: dat we, omdat we een weekje Malta moesten missen, nu dan maar meteen naar de Malediven gaan. Alsof je na één weekje Paleo-dieet, toch echt een stuk Sachertorte hebt verdiend.  

Dan had het klimaat een pauze, maar halen we de schade – aan het klimaat – even hard weer in.

Maar leren we er dan niets van? 

Jawel. We weten nu dat we radicaal anders kunnen leven, dus dát excuus is van de baan. We hebben ook geleerd om anderen aan te spreken op gedrag waarmee ze anderen in gevaar brengen. Doen wij dat niet, dan doet de overheid dat wel, met een NL-alert.

Er is wel één groot verschil.

Corona doet al onze alarmbellen rinkelen. Het gevaar is dichtbij en het is zichtbaar. Maar na het lezen van Het water komt, van Rutger Bregman gaan we rustig slapen. Want wie weet wanneer die zeespiegel stijgt? En hoeveel? Corona is concreet: het is een levensbedreigend virus. Het is urgent: we moeten nu handelen.

En dus mogen we er niet zomaar van uitgaan dat Corona een zegen is voor het klimaat

Niet op de lange termijn. En dus moeten we, juist nu, de energietransitie op de politieke agenda blijven zetten. Dat zeggen niet alleen de Naomi Kleins van de wereld, maar bijvoorbeeld ook Dr. Fatih Birol, van het IEA (International Energy Agency).

In zijn artikel Put clean energy at the heart of stimulus plans to counter the coronavirus crisis schrijft hij dat we een historische kans krijgen. Regeringen zullen met financiële injecties komen, en dat geeft ze invloed die ze kunnen aanwenden: opdat klimaatdoelstellingen niet verloren gaan tussen korte termijnbelangen. Sterker nog, landen kunnen de doelen van 2030 en 2050 al veel eerder halen. Ook daarmee stimuleer je immers het economische herstel. Birol ziet het bovendien als de kans om eindelijk afscheid te nemen van de subsidie op fossiele brandstoffen.

Rokin, een foto uit de serie Lege straten in Amsterdam tijdens Corona crisis, van Menno Ebbes

En jij?

Jij kunt ook afscheid nemen van wat je nu niet mist: de made in China’s, files en elke dag op kantoor zitten. De netwerkborrels, de koopzondag en je overvolle agenda. En vergeet straks niet wat het leven zo rijk maakt, en wat je nu zo mist: een onbezorgde wandeling, een tafel vol familie en vrienden, en een stevige hug.

Met dank aan:

Menno Ebbes, Ebbes Fotografie, voor het gebruik van zijn foto’s. Hij maakte zijn serie foto’s van Stil Amsterdam.

Voor wie écht wil weten hoe een warmtepomp werkt – en waarom warmte opwekken nu is als sla verbouwen

Vraag maar eens hoe een warmtepomp werkt. Negen van de tien keer hoor je: ‘Als een omgekeerde koelkast.’ Ja, duh, dan weet je toch nóg niets? Want je weet toch ook niet hoe een koelkast werkt?

Om te weten wat je aan een warmtepomp hebt, moet je hem gaan snappen. Maar dan écht.

Ik leg het je uit: stap voor stap.

Wat is een warmtepomp?

Een warmtepomp is een apparaat dat vloeistof rondpompt. De vloeistof haalt op één plek warmte op, en geeft die op een andere plek weer af. Tussen het ophalen en afgeven verandert er iets: van temperaturen onder nul maakt de warmtepomp 40 tot soms wel 65 graden. 

Dat doet hij superefficiënt. Met één kWh aan stroom maakt hij tussen de twee en ruim vijf kWh aan warmte: alsof hij vijf broden bakt van het deeg voor maar één brood. 

Ja, ja, maar hoe werkt dat dan?

Door de buizen loopt geen water, maar een zogenaamd koudemiddel. Water gaat bij honderd graden koken, een koudemiddel soms al bij temperaturen van 25 graden ónder nul. De vloeistof gaat als een treintje langs vier stations. 

I. Het eerste station is de warmte-ophaalplek, waar de vloeistof zich warmt aan de bron. Dat is bijvoorbeeld de buitenlucht. Zelfs als het licht vriest werkt de temperatuur van de buitenlucht als een vuurtje voor de vloeistof. Die verdampt, en in verdampte vorm neemt hij de temperatuur van de omgeving beter op. Denk maar aan het effect van een vluchtige vloeistof als nagellakremover op je hand: dat voelt koud aan, hij pakt jouw warmte af. 

II. In dampvorm gaat de vloeistof naar het tweede station: een compressor. Die verhoogt de druk, en daarmee ook de temperatuur. Dat effect kennen we van een snelkookpan: het kookpunt van water is daar niet meer 100, maar 120 graden. Je rijst is eerder gaar.  

III. Het derde station is de afleverplek: de plek waar de damp neerslaat op buizen met koud water. De damp condenseert en is weer vloeibaar. Hij geeft zijn warmte af aan het water in de buizen. 

IV. Het laatste station is een zogenaamd expansievat: in dat vat gaat de druk er weer af. Hoe lager de druk is, hoe lager ook het kookpunt wordt. En dat is handig, als de nu afgekoelde vloeistof opnieuw langs de warmtebron gaat. Die verdampt dan juist op lagere temperaturen. Denk nu aan water koken, hoog in de bergen. Daar kookt het al op 90 graden. Het koudemiddel kan opnieuw langs de bron. 

Dus de HR-ketel eruit en de warmtepomp erin

Ja. Alleen is er één groot verschil: uit een warmtepomp komt meestal tussen de 30° en 55°. Uit een aardgasgestookte HR-ketel komt 90°. Je moet de warmte dus beter gaan vasthouden: dikke kans dat je je woning moet isoleren. En wie isoleert moet ook ventileren. En je moet de warmte beter gaan spreiden: vloer- of wandverwarming werkt beter dan slechts één radiator voor het raam. 

Heb je een oud huis, met oude radiatoren? 
Dan is het nog een hele klus. 

Maar je krijgt er ook iets voor terug: een lage energierekening. Met wat je bespaart kun je de investering in je nieuwe installatie en je verbouwing terugbetalen. 

En er is nog iets: veel warmtepompen kunnen ook koelen, wat prettig is als het aantal hittegolven toeneemt.  

Maar, een warmtepomp maakt toch een takkeherrie? 

Nee, de warmtepomp zelf maakt weinig geluid. 

Wat je waarschijnlijk bedoelt is de buitenunit van een warmtepomp. Net als en airco zuigt hij met een ronddraaiende ventilator de buitenlucht aan. Vooral als het koud is moet de buitenunit hard werken. Hij kan dan tot 50 decibel aan geluid produceren. Dat is minder dan een vaatwasser (60 dB), maar meer dan het geluid van wind door de bomen in een stille slaapkamer (25 dB), zegt de Hoorstichting. Je kunt er van alles aan doen, en ze worden steeds stiller. 

Warmte uit de schutting 

Maar wat belangrijker is: de warmtepomp is niet getrouwd is met die buitenunit. Frits Verhoef, bewoner van een benedenwoning in De Pijp, plaatste bijvoorbeeld PVT-panelen: panelen die elektriciteit opwekken (PV) en die tegelijkertijd warmte van de zon en de buitenlucht (T) naar de warmtepomp brengen. Die panelen zijn muisstil. Meestal leg je de panelen op het dak. Maar Verhoef heeft geen dak, hij heeft slechts een tuin van 30 m2, waar hij ze als schuttingen omheen zette

Buitenlucht is bovendien maar één van de mogelijke bronnen. En niet eens de beste. Ga maar na: op de koudste dagen, als we de meeste warmte nodig hebben, is de buitentemperatuur op z’n laagst.

Warmte uit de gracht, de tuin en de zon

Constantere bronnen zijn grachtenwater. Of de aarde in je tuin. Je kunt ook denken aan het riool: dankzij douche- en afwaswater is dat altijd zo’n 15 graden. Of de zon, die ervoor zorgt dat je in de zomer kokendheet water van je dak kunt halen. Dat kun je onder de grond opslaan, als wintervoorraad. En ga zo maar door.

Warmte zit echt overal

Warmte maken is dus als je eigen sla verbouwen. Het kan altijd wel ergens: in de tuin, op het dak, op je balkon, in je kelder, of waar dan ook.

Wil je weten of jouw woning – nu al – geschikt is voor een warmtepomp? 

Doe alsof je al een warmtepomp hebt: verlaag de maximale aanvoertemperatuur van je HR-ketel naar 55 graden. Gaat dat goed? Dan kun je zakken naar 50. Krijg je het koud? Dan weet je dat je een plan moet maken: vóór je een warmtepomp in huis haalt.  

Dat hoef je niet alléén te doen. 

Woon je in de buurt van Amsterdam? Dan kun je voor gratis en onafhankelijk advies naar het maandelijkse energiespreekuur van 02025.nl. 

Kies altijd een onafhankelijke adviseur. 

Waarom je transitie gewoon moet dóen (kijk naar de energiecommissaris)

Mijn vriendin A. had een man die geen kinderen kon krijgen, en zij dus ook niet. Ze hadden wel twee carrières en twee auto’s en ze stonden allebei twee keer per dag in de file, in tegenovergestelde richtingen.  

Op een dag gingen ze het helemaal anders doen: ze vertrokken naar Frankrijk. De B&B ging goed, maar het huwelijk niet. A. woont nog steeds in Frankrijk, mét een kind. 

Als je iets wil veranderen, moet je gewoon gaan. 

Dat weet ook de nationale energiecommissaris.

Sinds wanneer hebben we een nationale energiecommissaris? 

Sinds eind 2016. 

Het is campagnetijd. Een groep Amsterdammers van Platform 02025 werkt al jaren aan de transitie. Ze weten wat er kán en ze ergeren zich kapot aan het feit dat het onderwerp klimaat niet voorkomt in de debatten. Ze bedenken dat er iemand nodig is met een lange termijnvisie. Iemand die bóven de partijen staat: een nationale energiecommissaris. 

Ze bellen Ruud Koornstra. Die is al 15 jaar duurzaam ondernemer, voorzitter van onder andere de Groene Zaak en Smart Climate Opportunities, en lid van praktisch alle politieke partijen. 

Wat vindt hij van het idee voor zo’n commissaris? 
‘Goed, heel goed’, zegt Koornstra. 
Wil hij hem zijn? Het is een onbetaalde functie. 
Koornstra heeft een sabbatical, hij doet het.

Wat doet de nationale energiecommissaris? 

Koornstra is een lobbyist voor de vernieuwers. Als duurzaam ondernemer is hij thuis in de wereld van de uitvinders. Maar hij kent ook de Haagse achterkamertjes, de banken en de pensioenfondsen. Hij kent alle sleutelfiguren die ja knikken, en dan toch weer miljarden steken in het vinden naar nieuwe olievoorraden. Hij spreekt ze persoonlijk aan, iedere keer weer. Op het irritante af. 

In één van zijn zakken zit altijd wel een glazen potje met wit poeder: H2Fuel, oftewel waterstofkorrels. Het is een Nederlandse uitvinding. Je doet er water bij en je hebt energie. 

‘In Nederland zijn we goed in innovatie’, zegt Koornstra. ‘We zijn ondernemers, en we zijn we schat-hemeltje-rijk. Waarom hangen we onderaan de duurzame ladder, terwijl we koploper kunnen zijn?’ Hij herinnert ons graag aan Kennedy, die in 1961 aankondigde dat de VS een man op de maan zouden zetten. Niemand wist hoe dat moest, maar acht jaar later stond hij er. 

Maar zelf doet hij dus niet veel? 

Nee. Nou ja, hij is een soort Youp van ’t Hek. Hij lult goed. En hij heeft er inmiddels een taak bij: hij benoemt steeds méér energiecommissarissen. Er zijn er al in Friesland, Groningen en Drenthe, in Nijmegen, in Gelderland en in Het Gooi. In Amsterdam benoemde hij er maar liefst 67: voor elk postcodegebied één. 

Waarom zo veel in Amsterdam? Initiatiefnemer is alweer Platform 02025. Dat is het netwerk van duurzame koplopers in Amsterdam. Ze kennen elkaar. Ze brengen zo in kaart wie waar de duurzame kar trekt.

foto Co de Kruijf: Amsterdamse energiecommissarissen, december 2018

Wie zijn die mensen? 

Het zijn mensen die al járen actief zijn om hun eigen buurt op schone energie te krijgen. Soms vanuit een functie, maar vaker als bewoner. Als iemand die niet wacht, maar die aan de slag gaat. De meesten zul je niet kennen, maar onder de Amsterdamse energiecommissarissen vind je bijvoorbeeld oud-minister Jacqueline Cramer: zij haalde haar eigen appartementencomplex van het aardgas en gaat nu verder met de andere blokken in haar wijk. Ook Pallas Agterberg, directeur van Alliander, en Koen Overtoom, directeur van de Amsterdamse Haven, zijn Amsterdamse energiecommissarissen. 

Maar al die energiecommissarissen, die bestaan toch helemaal niet? 

Nee, wettelijk gezien niet. Ze zijn een soort Sinterklazen. 

Hoe belangrijk zijn ze dan? 

Voor de energietransitie? Onmisbaar. 

Al die verschillende energiecommissarissen samen hebben bakken aan ervaring. De één maakte zijn oude stalen schip duurzaam, een ander ontwierp en bouwde zijn eigen kaswoning, op energie van de zon. Weer een ander haalde in één klap 10 appartementen in hartje Jordaan van het gas af. 

Hoe? Toen ze begonnen hadden ze vaak nog geen idee. Ze deden het gewoon.  

Je ziet nu dat het niet meer alleen over gebouwen gaat, maar over hele wijken. Gewone mensen, in gewone huizen, in gewone steden nemen de leiding. Op het Willemina Gasthuis Terrein (WG Terrein) in Amsterdam Oud-West werken ze aan een plan om warmte uit de gracht te halen voor 2.000 woningen en bedrijven. In de Watergraafsmeer ligt een plan om met restwarmte van een datacenter een eigen warmtenet te maken, voor circa 5.000 woningen. 

Wie gaat het voorfinancieren? Hoe krijg je alle bewoners mee? Ze hebben nu nog geen idee. Ze hebben vooral het gore lef. Ze doen het. 

En nu? 

Je hoeft niet zelf voorop te lopen. Je kunt aansluiten bij wat er in jouw wijk al gebeurt.

Woon je in Amsterdam? Kijk dan op www.02025.nl
Woon je buiten Amsterdam? Kijk dan op www.energiecommissie.nl

Waarom je niet moet rennen als je haast hebt – en waarom HT stadswarmte waanzin is

Als je een half uur voor je op reis gaat je koffer pakt, neem je té veel mee en ben je tóch van alles vergeten. Wel drie truien, niet je zwembroek. Of andersom. In de haast om zo snel mogelijk van het aardgas af te gaan zie je hetzelfde gebeuren. Té snel zoeken we een oplossing, zonder eerst goed na te denken over wat we straks écht nodig hebben.  

De oplossing die Amsterdam koos om grote delen van de stad aardgasvrij te maken ligt onder de grond. Een grote Zwart Slang. Soms kun je hem even zien, zoals nu in het water langs de Olympiakade in Amsterdam Zuid. Binnenkort duikt hij, met een lengte van bijna 4 kilometer, weer onder de grond. 

Het is een verlengstuk: een technologisch hoogstandje dat twee bestaande warmtenetten in Amsterdam-West en Oost met elkaar gaat verbinden. Daarna kunnen nog eens 20.000 nieuwe woningen worden aangesloten op Stadswarmte.

bron: Vattenfall

Stadswarmte

Stadswarmte is restwarmte. Het is warmte die vrij komt in grote fabrieken, waar we anders niets mee zouden doen. In Amsterdam gaat het om warmte die vrijkomt bij afvalverbranding in de westelijke havens en uit de elektriciteitscentrale in Diemen. Die warmte stroomt in de vorm van water met temperaturen van tot wel 110 graden de stad in. 

Stadswarmte is een grootschalig en snel alternatief voor aardgas. In plaats van een gasbuis komt er een waterslang onder de grond. In plaats van een gasketel krijg je een warmtewisselaar, die de temperatuur van het net afgeeft aan het water van je radiatoren, en je douche. Klaar ben je. 

Maar hoe duurzaam is warmte uit afval? 

Restwarmte is duurzaam: anders zouden we het de lucht in pompen. Maar warmte uit het verbranden van afval? Daar moeten we nu juist zo snel mogelijk vanaf, vindt ook de Gemeente Amsterdam. We moeten minder afval produceren en wat we dan nog hebben recyclen. Dat vindt ook de Gemeente Amsterdam die in de Agenda Duurzaam Amsterdam stelt dat de stad in 2020 65% van het afval wil recyclen, en in 2050 100%. Dan gaan de ovens uit en is er geen restwarmte meer. 

Stadswarmte brengt Amsterdam in een onmogelijke positie. In het belang van zogenaamd duurzame stadswarmte moeten we écht duurzaam afvalbeleid zo lang mogelijk uitstellen. Dat lukt aardig: anno 2019 recyclet Amsterdam slechts 17,4% van al het afval. Om de ovens optimaal te laten werken komt ook nog eens een kwart van alle aanvoer uit Engeland. 

En hoe duurzaam is restwarmte uit een elektriciteitscentrale? 

Nu staat er nog een gascentrale in Diemen. Gas is niet duurzaam. Maar binnenkort vervangt Vattenfall die voor een biomassacentrale: een centrale die brandt op bomen, want dat is – op papier – wél duurzaam: bomen nemen tijdens hun leven namelijk evenveel CO2 op als ze tijdens de verbranding uitstoten. 

Alleen, die bomen groeien niet in Nederland. We moeten ze dus eerst nog met zwavel uitstotende schepen, uit de VS deze kant op halen. Vervolgens duurt het járen voor ze alle uitgestoten CO2 weer hebben opgenomen. Omwonenden van de centrale zijn ook niet blij met de overstap naar biomassa omdat er naast CO2, stikstof en fijnstof uit de schoorsteen komt. 

Ook in de VS groeit de weerstand tegen de Nederlandse import van bomen. Een Amerikaanse actievoerder noemt het ‘een ecologisch drama (..) voor de biodiversiteit, voor de wilde dieren en voor de waterkwaliteit.’

Kosten van stadswarmte

De aanleg van stadwarmte is kostbaar. Alleen al de nieuwe verbinding kost 400 miljoen euro. Vattenfall neemt een groot deel van die kosten op zich. Dat lijkt prettig, maar Vattenfall, dat is een commercieel bedrijf. Een Zweeds staatsbedrijf. De Zweden doen uiteraard niet aan liefdadigheid en willen de investering graag met winst terugverdienen.

Is stadswarmte duur? 

Nee, zeggen de energieleveranciers. Er is een maximum aan wat energieleveranciers mogen vragen en ze benadrukken graag dat ze daar met hun prijzen onder blijven. 

Ja, zeggen klanten als ze het vergelijken met wat ze eerder kwijt waren aan gas. Je hoeft weliswaar nooit meer je gasketel te vervangen, maar de aansluitkosten en het vastrecht, zeg maar je abonnement op de warmte, zijn hoog. De aansluitkosten zijn eenmalig, maar het vastrecht is een maandelijkse last. Die blijft hoog, ook als je maar weinig energie verbruikt.  Dat pakt dus slecht uit voor mensen met kleine huizen, en mensen die zuinig en bewust met energie omgaan. 

Geen prikkel om te verduurzamen

Als het in je kosten niet uitmaakt, waarom zou je de verwarming dan lager zetten? Stadswarmte is bovendien zó warm, dat dubbel glas niet nodig is. Lekker makkelijk. Ja, maar het is ook een gemiste kans. Stadswarmte zet niet aan tot energiebesparing en zo blijf je afhankelijk van hoge temperaturen. Het resultaat is een dubbele lock-in.  

Lock-in?

Een lock-in is dat je bent ingesloten: je kunt geen kant meer op. Krijg je een warmtenet in de straat, dan is aansluiting vaak verplicht. En eenmaal aangesloten kun je niet zomaar overstappen naar een andere, goedkopere energieleverancier. Dat is de eerste lock-in.

De tweede zit’m in onze blijvende afhankelijkheid van hoge temperaturen. Zowel onze slecht geïsoleerde woningen als het warmtenet zijn straks niet geschikt voor lagere temperaturen. Dat zit zo: de buizen van een Hoge Temperatuur  (HT) warmtenet zijn relatief smal, en dat maakt ze ongeschikt voor bijvoorbeeld de in de zomer opgeslagen warmte van de zon of de restwarmte van de plaatselijke bakker. De buizen die straks de grond in gaan zijn dus uitsluitend geschikt voor bronnen met uitzonderlijk hoge temperaturen. En die zijn schaars, en eindig. 

Als alternatieven noemt Vattenfall diepe geothermie en waterstof. Diepe geothermie, of aardwarmte, is een nog onbewezen techniek en niet zonder gevaar. Voor het maken van waterstof is veel elektriciteit nodig, meer dan we in Nederland kunnen opwekken. Daarmee creëer je dus – al weer – een grote afhankelijkheid van het buitenland. 

Stadswarmte met hoge temperaturen is waanzin

De uitbereiding van het HT warmtenet is in de eerste plaats om 20.000 woningen te voorzien van warmte: het gaat om nieuwe woningen. En dat is waanzin, zegt in 2017 ook de Gemeenteraad van Amsterdam. Met de kennis van nu kunnen we immers zó bouwen dat het afstrijken van een lucifer al genoeg is om de woonkamer warm te krijgen. Wat je dan nog nodig hebt aan energie kun je makkelijk zelf opwekken. 

Maar ook voor de bestaande bouw moet je je afvragen of je afhankelijk wilt blijven van hoge temperaturen. Het aanbod van bronnen die hoge temperaturen leveren is beperkt. Er zal altijd wel wat restwarmte overblijven, maar steeds minder.

Hoe dan wel? 

Met nieuwe technieken kunnen we het al lang veel slimmer aanpakken. Warmte zit namelijk overal. Denk aan de zon, de lucht of het water in de sloot. Je herkent het niet altijd als warmte, maar van een paar graden kan een warmtepomp makkelijk 40 graden maken. 

Ook de bronnen van een warmtenet kunnen duurzamer, de temperaturen kunnen omlaag.  

Deense warmtenetten (MT)

In Denemarken zijn zo’n 400 warmtenetten. 68% van de bevolking is er op aangesloten. Ze zijn als een nutsvoorziening, zoals drinkwater: een basisbehoefte waarin wordt voorzien door de overheid. Mede daarom is het verboden om winst te maken. 

Bijzonder is dat het om open netwerken gaat, waarop meerdere bronnen hun warmte afgeven. En misschien wel nóg belangrijker: klanten zijn mede-eigenaar van de netten en hebben zeggenschap over de keuze van bronnen. Dat maakt dat ze makkelijk kunnen overschakelen op ándere, meer duurzame bronnen. Op warmte uit rioolwater. Op lokale restwarmte van een datacenter. Of op grootschalige zonnewarmteprojecten, die daar als paddenstoelen uit de grond poppen. Immers, een megawattuur aan warmte van de zon is twintig keer goedkoper dan de biomassaboiler en veertig keer goedkoper dan de gasboiler, weten ze in Denemarken.

De temperatuur in het zogenaamde middentemperatuur warmtenet (MT) is maximaal 70 graden. Dat kan nog steeds rechtstreek je radiator en je douche in. 

Een Haarlems warmtenet

In Het Ramplaankwartier in Haarlem gaan ze nog een stapje verder. Daar ligt een uitgewerkt plan van bewoners, de gemeente en de TU Delft voor een warmtenet dat álle warmte uit zon haalt. De temperatuur van het lage temperatuur warmtenet (LT) is maximaal 25 graden. Met elektriciteit en warmteproducerende panelen op daken van woningen en andere gebouwen gaan de bewoners zelf hun energie leveren. Met isolatie gaan ze besparen op de vraag. 

Wat lastig lijkt, is dat er geen Vattenfall of Eneco is die alle zorgen en kosten uit handen neemt. Als woningeigenaar of woningcorporatie moet je dus zelf een deel van de investering doen. Dat geld kun je echter lenen, en vervolgens afbetalen met wat je bespaart op je energierekening. Je bent niet meer kwijt dan je nu betaalt aan je energierekening. Het duurt wel even. 

Maar dan heb je ook wat: levenslang gratis energie van de zon. 

En dus?

We hebben haast, maar laten we niet gaan rennen. Laten we voordat we onze tas inpakken goed nadenken waar we naartoe willen en wat we dan nodig hebben. 

Laten we niet te snel meegaan in de ventrale oplossing van overheden en bedrijven.

Laten we niet denken dat het allemaal te complex is. Of te duur. Met de huidige technieken kan er zo veel.

Hoe de muziekjuf de weg wijst naar een duurzame samenleving

Mijn dochter is twaalf en speelt dwarsfluit. Ze is niet uitzónderlijk getalenteerd op de wereld gekomen, en ik ben geen tijgermoeder. Toch stond ze in haar jonge leven al vaker op een podium dan ik in mijn hele jeugd, en speelt ze beter dan ik het ooit nog ga leren. Dat zit zo: ze krijgt les van een Suzuki-juf. De Suzuki-methode leert kinderen luisteren en spelen op gehoor. Of zoals de Britten het zeggen: by heart. Ze spelen elke dag en ze herhalen. Over de hele wereld spelen ze dezelfde stukken, dus zet ze bij elkaar en ze spelen samen.

De overgang naar een duurzame samenleving vraagt ook om oefening, het aanleren van nieuwe technieken kunnen samenspelen. 

Wat bedoel je met een duurzame samenleving? 

Genoeg, voor iedereen, voor altijd. Wie troep maakt, ruimt dat ook weer op. Wie het land bewerkt, geeft dat even vruchtbaar weer door. Het klinkt allemaal zó logisch – en toch doen wij wat anders. Met wat we kopen en eten en ons verbruik van fossiele energie dragen we met z’n allen bij aan een bijna onherstelbare roofbouw van onze aarde. We vallen met z’n allen op de taart aan, en laten nog wat kruimels over voor onze kinderen. En de afwas. 

Waarom doen we dat? 

Al die beelden van oceanen vol plastic soup, we scrollen door, we kunnen er niet meer naar kijken. Berichten over uitstervende diersoorten, we kunnen het niet meer horen. Dat we onze kinderen met een onzekere toekomst opzadelen, we moeten er niet aan dénken. En dus denken we er niet aan. Maar daarmee lossen we het probleem niet op.

Het probleem is té groot. En wij voelen ons té klein om daar invloed op te hebben. Onterecht, oordelen klimaatwetenschappers en klimaatjournalisten als Jelmer Mommers die onlangs zijn boek Hoe gaan we dit uitleggen? schreef. 

Met wat we zelf doen, kunnen we veel veranderen. 

Hoe?

Met elke euro die je uitgeeft, kan ook jij, elke dag weer, het verschil maken. Je hóeft namelijk niet met het vliegtuig naar de Rockey Mountains, je kan ook met de trein naar de Alpen. Je hóeft geen vlees te eten, een groentewok is ook lekker. Het grootste verschil maak je door je euro helemaal niet uit te geven, aan made in China’s die je helemaal niet nodig hebt. 

Met elke kleine keuze kun je bijdragen aan een duurzamere wereld, zegt ook het IPCC in haar laatste rapport

Every action matters
Every bit of warming matters
Every year matters
Every choice matters

Je biefstuk inruilen voor een wortel, dat maakt toch geen verschil?  

Het is een klein verschil, maar je maakt wél een verschil.
Wie 100 gram, oftewel een paar plakjes runderrookvlees laat staan, voorkomt de uitstoot van 3.5 kilo CO2: dat stoot de gemiddelde Nederlandse personenauto uit als hij 30 kilometer rijdt. Het is de hoeveelheid CO2 die één boom in één jaar weer kan opnemen.

CCO2 in de dampkring kun je je namelijk voorstellen als water in een bad. Als je wilt voorkomen dat het bad overstroomt, is elke druppel minder er één. 

Wat ook helpt: je bent niet alleen. Denk aan de beelden van de wereldwijde klimaatstakingen met miljoenen kinderen, ouders en grootouders die straten en pleinen vullen. Je maakt onderdeel uit van een wereldwijde, groeiende beweging, een positieve beweging die kiest voor een mooiere, want duurzame wereld.  

De eerste dag van de wereldwijde klimaatstaking brengt in Melboure, Australië, meer dan 300.000 studenten en werknemers samen.  Bron: schoolstrike4climate)

Een mooiere wereld, zonder steak en vliegreisjes? 

Meer OV en meer groente op het bord is niet voor iedereen vooruitgang. Verandering gaat gepaard met verlies, maar er komt ook iets voor terug. Zoals een wereld waarin onze kinderen weer kunnen dromen over de toekomst van hun kinderen. Of voor wie dat te wollig vindt: eigen, schone energie maakt ons onafhankelijker. Meer elektrische (deel-)auto’s zorgen voor minder stikstof, stank en herrie. Als we minder vliegen, verminderen we ook het onze steden verstikkende massatoerisme. En het is niet gezegd dat we nooit meer kunnen vliegen: technologische ontwikkelingen gaan snel, vooral als we duidelijk met elkaar afspreken waar het naartoe moet. 

We kunnen het best

Het zijn die hoopvolle beelden die we voor ogen moeten hebben. Onderweg zullen we veel oud, vertrouwd moeten loslaten en nieuwe dingen moeten leren. Dat is lastig maar niet onmogelijk, weet mijn dochter al op twaalfjarige leeftijd. Het vraagt wél om een dagelijkse inspanning. Het nieuwe geluid zullen we steeds opnieuw moeten laten horen en herhalen, net zo lang tot ook wij moeiteloos kunnen samenspelen. 

Het is nog niet te laat. 
We kunnen het best. 
Uit ons hart.

PS: De muziekjuf is Gerda Thorn.

Wijze lessen tijdens het 100ste Energie-ontbijt

foto’s: Linlin van Lonkhuyzen

Het aantal camera’s en de opstelling doen denken aan De Wereld Draait Door. Matthijs van Nieuwkerk is er niet bij, maar wél sportjournaliste en presentatrice Barbara Barend. Samen met Thijs Haverkamp, Frank Boon en Pauline Westendorp kijkt ze terug op 99 ontbijtjes, ontelbare kopjes koffie, croissants en eitjes. En ze blikt vooruit, samen met Herman Wijffels, Marleen Stikker, Ruud Koornstra, Barbara Barend, Bouwe de Boer en Ruurd Priester.

 Op donderdag 5 september 2013 was daar het állereerste energie-ontbijt. Op donderdag 5 april 2018 vieren we er het 100steontbijt. Tóen waren er 10 tot 15 man. Nu zitten er ruim 100 man. Twee jaar lang zaten ze tussen de kippen, in een mini-kippenboerderij naast de RAI. Nu zijn ze terug in Old School, waar ze 4,5 jaar ook begonnen zijn.

Vaste plek in de stad

Wat is de succesformule? Boon: we buigen ons , elk ontbijt weer, over het vraagstuk, hoe we Amsterdam zo snel mogelijk op 100% duurzame energie kunnen krijgen. Ons doel is om dat in 2025 al voor elkaar te hebben. Dankzij het ontbijt is er in de stad een vaste plek, een vaste dag en een vast tijdstip, waarop je mensen kunt ontmoeten die met datzelfde onderwerp bezig zijn. Je kunt er je vragen stellen en ervaringen delen, ook je frustraties.

Stille kippen

Wat waren de hoogtepunten? Westendorp noemt er drie: ‘Dat we in januari 2016 Ruud Koornstra tot onze Nationale Energiecommissaris benoemden. Dat er, toen we nog tussen de kippen zaten, een arts uit Deventer was, die ons rustig liet ademen. Omdat wíj rustig werden, werden de kippen dat ook: 200 kippen werden hélemaal stil. En die keer dat Dave [redactie: Dave van Dongen] voor de eerste keer binnen kwam. Hij zei dat hij wel wat wist van technieken om duurzame energie op te wekken. Dat zeggen meer mensen die hier komen. Maar Dave wist écht alles. En dat is het mooie aan het energieontbijt. Samen weten we veel meer. De zaal is ruim drie keer slimmer dan de slimste mens aanwezig.

En slimme mensen zijn hard nodig, want het doel is ambitieus: Amsterdam koploper schone energie in 2025: dat is al over zéven jaar.

Het kan als je maar wil

De peptalk die Barend de ontbijtgangers meegeeft is: het kan als je het wilt. Zelf leerde ze dat al heel jong. Ze was zes jaar oud en wilde voetballen. Net als de jongens. Maar voor meisjes was dat toen nogmedisch onverantwoord. Die moesten wachten tot hun ze acht werden. Barend voerde in de rechtszaal zelf het woord, en kreeg van de rechter gelijk.

De laatste jaren stond ze dicht bij het vrouwenvoetbalelftal. Hún droom was het Europees Kampioenschap winnen. Niemand geloofde erin. Maar omdat zíj dat deden, volgden hun ouders en trainers. Ze wonnen, als team. Barend deelt drie lessen uit het damesvoetbal:

  • zet je ego opzij, doe het als team
  • houd je doel voor ogen, ga ervoor
  • geniet ervan, en doe gewoon

Absurde doelen

‘Zij die het absurde nastreven, bereiken het onmogelijke’, zegt ook Ruud Koornstra. Het is een uitspraak van de kunstenaar Esscher. En dat is volgens Koornstra, de kunst die Westendorp en Boon bedrijven. ‘Jullie krijgen iets voor elkaar vanuit een droom.’ Koornstra is daar zelf, als Energiecommissaris, het bewijs van: ‘Die hele Energiecommissaris, die bestaat niet. En toch bestaat hij: want er zijn oliemaatschappijen die mij willen ontslaan.’

De schaduw kunnen zien van wat er nog niet is

Marleen Stikker is directeur van de Waag Society. Ze haalt Robert Musil aan, die in zijn boek der Mann ohne Eigenschafte, onderscheid maakte tussen werkelijkheidsdenkers en mogelijkheidsdenkers: ‘De werkelijkheidsmens neemt de wereld zoals die is, en gaat daarin optimaliseren, soms heel creatief en idealistisch. De mogelijkheidsmens kan zich daarentegen een wereld voorstellen die nog niet zichtbaar is. Hij kan de schaduw zien van dat wat nog niet is gebouwd.’

Het energieontbijt trekt veel mogelijkheidsdenkers aan. En dat is een lastige positie, omdat je die bewijslasten niet hebt, en je steeds in gesprek moet met mensen die niets anders doen dan lijstjes bijhouden. Wat mogelijkheidsmensen vaak te horen krijgen is ‘bewijs dat maar eens’, of ‘waar zijn de cijfers?’ Dus ga jij ook maar iets uitrekenen.‘

Marleen Stikker en Herman Wijffels

Nieuwe economie

Daar staat tegenover dat er wél steeds meer mogelijkheden zijn. We staan aan begin van een nieuwe tijd, zeggen zowel Stikker als Herman Wijffels. Wijffels was onder andere voorzitter was van de SER, en directeur van de Wereldbank. Tijdens dit ontbijt vertegenwoordigt hij de vijfde O, van Ongeorganiseerde Burger, naast Overheid, Onderwijs,Ondernemers en de Organisaties van onszelf. Hij zet zich vooral in voor een duurzame en circulaire economie. Want, ‘we zijn aan de grenzen gekomen van wat onze planeet aan kan’, zeg hij, ‘en niet de overheid, maar wij zélf nemen nu het initiatief om het anders te gaan doen.’

Stikker noemt in dit kader de Donut economie, het nieuwe economische model voor de 21steeeuw, van de Britse econoom Kate Raworth. De ringen van de Donut geven de grenzen aan. Als we daar binnen blijven, zorgen we goed voor elkaar en de wereld. In het gat van de donut leven mensen in armoede. Buiten de donut, putten we onze bronnen uit en riskeren we de toekomst van de mensheid op deze planeet.

Binnen de cirkels van de Donut economie zitten onze commons. Dat zijn gedeelde bronnen zoals schoon water en schone lucht, maar ook bijvoorbeeld internet en energie, waar we samen zorg voor moeten dragen. ‘Het wordt tijd dat dit soort initiatieven [redactie: het energieontbijt] een plek krijgen in De Amsterdam Economic Board’, zegt Stikker. ‘We zitten hier niet bij het tweede energieontbijt, maar bij het bij het 100ste.’ Met elkaar zijn deze initiatieven een belangrijke economische kracht: geen nice to have, maar need to have, als solide partner in de toekomst.

Wenkend perspectief

Wijffels ziet de volle zaal ter ere van het 100steontbijt ‘als bewijs dat er een maatschappelijke beweging is, met politieke relevantie’. Maar, zegt hij, dat hebben we te danken aan fossiele voorraden, waar we de 100 jaar uit mochten putten. Dankzij die fossiele bronnen konden we investeren in technieken. En in mensen, die zich emancipeerden en die nu in staat zijn zélf dingen te doen en te regelen. We kunnen nu, kleinschalig en efficiënt, zélf onze energie opwekken. Mensen durven nu de verantwoordelijkheid te nemen voor de commons. We zijn gewend om vanuit het klimaat te praten, maar je kan het ook anders zien: we hebben – juist nu – mogelijkheid om het véél beter te doen. Dat is een wenkend perspectief. En ‘dat is wat we vandaag vieren.’

Aan financiële middelen ontbreekt het ons niet, zegt Wijffels. De fossiele brandstoffen hebben ons namelijk ook rijk gemaakt. Hij doelt niet op onze bankrekening, maar op de gigantische kapitalen in onze pensioenen. Wijffels: ‘Waarvoor zijn die financiële voorraden er? Om te investeren in de volgende fase. Het is nú, onze maatschappelijke en sociale opdracht, om te zorgen dat dat gebeurt.’

Herman Wijffels

CO2-heffing

Een voorwaarde is wel, een forse CO2-heffing. Zolang die er niet is blijft het lonen om natuurlijk kapitaal om te zetten in economisch kapitaal. Een CO2-heffing maakt het aantrekkelijk om ‘die grote hoeveelheden spaargelden, die nu maar rondzwerven in het heelal van speculaties, te gaan investeren in de transitie.’

De buurtbarbecue en de 1-9-90 regel

Een andere voorwaarde is, volgens Wijffels, dat de overheid uit haar positie van overheid komt. ‘Overheden moeten de slag maken om maatschappelijke initiatieven niet te zien als gefröbel in de marge maar als wezenlijk vernieuwend lokaal beleid’. Wat volgens Stikker kan helpen is dat die overheid het 1-9-90 effect gaat begrijpen. Neem de buurtbarbecue: 1% neemt het initiatief, 9% komt helpen en 90% komt eten. Zónder die 90% is er niks aan. Maar je hoeft niet van 100% van de mensen te verwachten dat ze het initiatief nemen. ‘Bij een inclusief burgerinitiatief werkt het net zo. Maar wat je ziet gebeuren is dat de overheid die 1% wegzet, als ‘die kennen we al’. Of ‘waar is die 90%?’. Wie de 1-9-90 –regel begrijpt, weet dat die ene persoon optreedt namens een heleboel anderen.’

Stikker: bij de overheid werken mensen met precies dezelfde plannen als wij. Ze komen alleen vaak klem te zitten omdat ze denken dat ze het vóór de burgers doen. Maar die burgers, die dóen het al, met bovendien een grote mate van professionaliteit: vanuit hun professionele activiteit, of omdat ze zich ergens heel erg in verdiepen.

Vrije vogel

Een ambtenaar die dat al jaren weet, is Bouwe de Boer. Hij is in zoverre ambtenaar, zegt hij, dat hij zijn salaris krijgt van de Gemeente Leeuwarden. Ooit had hij ook een visitekaartje van de Gemeente, met zijn naam en functie. Maar, daar hoorde een vierjarenplan bij. En dat bleek niet handig, als je je, zoals Stikker adviseert, aansluit bij wat er al gebeurt. Na drie jaar was er van het plan niets terecht gekomen, maar stonden er wél heel veel energieneutrale woningen. De gemeente kreeg wél drie prijzen voor haar energieprojecten.

’Mooi verhaal toch?’, dacht De Boer, ‘we hebben niet gedaan wat we zeiden dat we gingen doen, maar veel beter’.
‘Nee. Dat kan niet. Je moet het zó opschrijven, dat het lijkt …’, zei een collega.
‘Nee. Dat gaan we niet doen. Dat doe je thuis toch ook niet? Dan vertel je toch ook hoe het gegaan is?’

En dus vertelde De Boer aan de Raad, hoe het gegaan was. En de Raad? Die vond het een goed verhaal. ‘Vanaf dat moment heb ik mijn kaartje weggegooid. Ik mocht een vrije vogel worden. Ik kan mensen opzoeken. Ik kan projecten doen waar behoefte aan is.’ En dat zouden dus meer gemeentes moeten doen: een paar mensen vrij spelen. En hen mee laten gaan met wat er al gebeurt.

Reisboek met cheque

Namens 02025 (www.02025.nl), zoals de organisatie achter de energieontbijten tegenwoordig heet, mag Ruurd Priester de eerste contouren schetsen van het reisboek. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. Het reisboek is een plan om Amsterdam – bij wijze van cadeautje van haar inwoners – koploper te maken op het gebied van schone energie. Met nul uitstoot.

Hoe? Met de initiatiefnemers van het buurtfeest, die 1%. Oftewel de bewoner die de transitie in zijn wijk wil gaan trekken. 02025 helpt koplopers in de wijken en maakt ze zichtbaar. Ze verbindt ze met andere koplopers, opdat die van elkaar kunnen leren.

Wie dat gaat betalen? Wij. Niet met onze spaargelden, die hebben we niet allemaal. Maar met onze energierekening, want die hebben we wél allemaal. Als we weten hoe het moet, betaalt het zich terug. Voor de eerste wijken, die het pad moeten effenen en die nog niet precies weten hoe het moet, vraagt Priester de gemeente Amsterdam het geld voor te schieten: voor 3 wijken, 200 miljoen euro.

Een mooi aanbod

Stikker noemt dit een mooi aanbod. Immers, vanuit de gemeente krijg je dit niet voor elkaar. Wat er verder bijzonder aan is, is dat het de positieve kracht mobiliseert, waar we gewend zijn om ons pas te verenigen als we boos zijn. Als we alleen nog maar kunnen reageren op plannen die er al liggen.

Wijffels voegt daar nog wel wat aan toe. ‘Je gaat over van inzicht naar implementatie. Vergeet, juist nu, níet om de mensen mee te nemen die het inzicht nog niet hebben. En die ook de middelen niet hebben.’

Verboden termen

Wijffels adviseert verder om alles te vermijden, wat lijkt op uitrollen, want het gaat om een organischproces. Het is veel meer een natuurlijk, mooi landschap. Gebruik organische metaforen, geen oude industriële termen.

Stikker waarschuwt voor het woord urgentie. Want dat weten we nu wel. Die 90%, die handelen niet op basis van urgentie, maar omdat ze minder kosten hebben, omdat de buurman het ook doet of omdat het niet zo ingewikkeld is.

Ondertussen is het niet meer handig om niet mee te doen

Als Bouwe de Boer op een Amsterdams energieontbijt is, is het laatste woord al-tijd aan hem. Hij herinnert de zaal eraan dat Esscher, van ‘zij die het absurde nastreven, bereiken het onmogelijke’, is geboren in Leeuwarden. ‘Dat kán geen toeval zijn.’

Bouwe de Boer

In Friesland werken ze aan de voorbereidingen van de Elfwegentocht. Dat was een idee van studenten: een absurd idee om Leeuwarden, als culturele hoofdstad van Europa, in juni twee weken lang fossielvrij te maken. Je kan met de trein komen, met de fiets, met bussen die in Friesland al jaren op biomassa rijden en met elektrisch vervoer. Maar je benzine-auto moet je thuis laten.

Wat het mooie is? De koning en koningin doen mee. Barbara Barend doet mee. Herman Wijffels doet mee. Marleen Stikker doet mee. 02025 doet mee. Iedereen doet mee: #ik doch mei.Waarom? De Boer: ‘Omdat het inmiddels niet meer handig is om er niet aan mee te doen.’ En zoals het nu gaat in Leeuwarden, zal het straks gaan in de wijken.

100ste energie ontbijt in Energie+

De bovenstaande tekst is gepubliceerd in Energie+, jrg. 38, nr.2, juni 2018. Download de pdf: Energie Plus: 100ste energieontbijt

Waarom de energietransitie hard kan gaan – zelfs als je benzineauto nog wel tien jaar mee kan

Je maakt je zorgen, hè?

Of het wel snel genoeg gaat, met die paar windmolens en wat zonnepanelen. Want daarmee gaan we het toch niet redden?

Ik heb nieuws voor je. Er verandert écht iets, ook al zie je er nu nog niet veel van.

We staan wel degelijk op de duikplank. De hoge. We staan nog moed te verzamelen. Maar op een dag, springen we.

Die sprong in het diepe, dat is de energietransitie.

Wat is een transitie?

Een transitie is een onomkeerbare verandering van het systeem.

Denk aan geklutste eieren waar je een omelet van bakt: de eieren gaan nooit meer netjes terug in het eierrekje van je koelkast.

De energietransitie waar we voor staan is de overgang van fossiele brandstoffen naar energie uit duurzame bronnen, zoals wind, zon en aardwarmte.

Dat klinkt simpel

Ja. En technisch gezien is het dat ook, maar op het sociale vlak is er weerstand. Want verandering doet pijn. Denk aan werknemers die hun baan gaan verliezen. Of aan de Nederlandse staatskas die 20% van haar inkomsten uit fossiele brandstoffen gaat mislopen.

Verandering biedt ook hoop. En een grote kans op chaos.

Chaos? Kan het dan niet beter gewoon blijven zoals het is?

Nee. De bodem van onze gas- en olievoorraden is écht in zicht. En een nóg urgenter probleem, is klimaatverandering als gevolg van CO2-uitstoot. Alternatieven als wind- en zonne-energie zijn nú al goedkoper. Een overgang naar een duurzaam systeem is daarmee onafwendbaar.

Maar dat duurt dan toch nog wel even, hoop ik?

Nou, dat is de vraag. Transities gaan namelijk niet lineair, maar exponentieel. Een transitie is geen wandeling in een glooiend heuvellandschap: het is eerder een beklimming van de Eiger. In het dal voel je nauwelijks dat je stijgt. Pas aan de voet van de berg lijk je hoogtemeters te gaan maken, en vanaf dan gaat je pad loodrecht omhoog.

de Noordwand van de Eiger

In het dal staan de vernieuwers. Ze staan te popelen. Boven op de berg staan de gevestigde machten. Ze doen er alles aan om op de top te blijven, met de afgrond al in zicht.

Vernieuwers zijn bijvoorbeeld energiecoöperaties. Met een zonnedak hier en een windmolen daar wekken ze elk jaar weer meer energie op.

Cijfers over collectieve zonprojecten, bron: Lokale Energiemonitor 2017 

En, wanneer komt ’ie nou, die energietransitie?

Derk Loorbach is bijzonder hoogleraar transitiewetenschappen. Een antwoord heeft ook hij niet, maar hij geeft wel een idee van waar we nu ongeveer staan.

Visualisatie Staat van Energietransitie, bron: Drift – Rapport Staat van Transitie

Loorbach visualiseert activiteiten in de samenleving die de afbraak van het oude systeem en de opbouw van een nieuwe systeem aankondigen. Rode stippen markeren verschillende fases. Hoe meer activiteit, hoe dikker de stip. De stippen zijn met elkaar verbonden tot lijnen. De lijn van de vernieuwers (hoop en opbouw) stijgt. Die van de gevestigde machten (weerstand en afbraak) daalt.

Wie staat waar?

De meeste partijen staan nog op de dalende lijn van de gevestigde orde. Maar, af te lezen aan de dikte van de stippen, zijn we al volop aan het veranderen.

Neem de stip van Optimaliseren

Op de lijn van de gevestigde machten zie je dat veel partijen optimaliseren: wat ze al jaren doen, doen ze nu iets beter. Gas in plaats van kolen, en betere verbrandingstechnieken. Dat lijkt veilig, maar als de transitie écht vaart krijgt, is dit een recept voor chaos (derde stip).

Neem bijvoorbeeld Shell: Shell investeert miljoenen in duurzame energie. Maar het investeert nog steeds miljárden in het vinden van nieuwe olie- en gasvoorraden. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen moeten we alleen wél de helft van alle nú bekende olie- en gasvoorraden in de grond laten zitten.

En neem de stip van Emergentie

Wat is emergentie? Het zichtbaar worden van iets dat je tot dan toe niet opviel, omdat losse onderdelen gaan samenwerken. Zet honderd mieren bij elkaar en ze lopen maar wat rond. Maar maak er een half miljoen van en ze bouwen een ingenieuze termietenheuvel.

Zo werkt het ook met de vernieuwers. Hoe meer er komen, hoe beter ze zich organiseren en hoe meer ze opvallen. Een voorbeeld zijn de energiecoöperaties: samen met netwerkbeheerders en overheden werken ze aan oplossingen voor duurzaam verwarmen en samen energie opwekken én opslaan.

Juist die veelheid aan initiatieven is volgens Loorbach een kracht. Dankzij hun decentrale organisatie – waarbij niet meer enkele grote bedrijven aan de touwtjes trekken – zijn ze flexibeler. Ze betrekken meer mensen en ze maken optimaler gebruik van de lokale mogelijkheden.

En dus?

Wanhoop niet.
Het kan snel gaan, we staan al aan de voet van de Eiger.

Waarom los je met meelopen het klimaatprobleem niet op? (en waarom iedereen zijn eigen stoeltje moet opruimen)

Losse haren.
Blote enkels.
Ze fietsen met zijn vieren naast elkaar naar school alsof er niets aan de hand is. Terwijl jij een maillot aan hebt onder je broek, wanten, een sjaal en een muts op. Het vriest 7°.

Conformisme is doen wat iedereen doet. Ook al heb je het steenkoud.

Waarom zijn we van die meelopers?

We willen dat anderen ons aardig vinden.
En we zoeken informatie bij anderen, als we zelf niet weten wat te doen.

Bijvoorbeeld: je loopt ’s avonds over de sportvelden en je ziet mensen rond een lichtmast. Bovenin zit een jochie. Wat is er aan de hand? Durft hij niet meer naar beneden? Is hij in levensgevaar? Is het nu aan jou om in de mast te klimmen? Heeft dat zin? Durf je het?

Hoe meer omstanders er zijn en hoe onduidelijker het antwoord op je vragen is, des te kleiner is de kans dat je iets doet.

Vervang de jongen in de lichtmast nu door: klimaatverandering. Dan werkt het net zo. We kijken eerst naar de ander.

Naar wie kijken we dan?

We kijken naar onze vrienden, familie, buren en collega’s. Wat doen zij al?

En, groter: wat doet je gemeente? Rotterdam gaat nog eens 25 jaar door met de overslag van steenkool. Wat doen bedrijven? Nuon zegt dat zij haar kolencentrale niet zomaar kan sluiten. En wat doet Rutte? Die ondertekent in 2015 het klimaatakkoord van Parijs. Maar van alle Europese landen is alleen in Luxemburg het aandeel duurzaam geproduceerde energie nóg lager.

Is dat erg?

Ja. Als dít je voorbeelden zijn, dan is de kans klein dat jíj in actie in komt. Want poe-hee, er zijn nogal wat beren op de weg, volgens de Nuon. Zo’n vaart loop het niet, lijkt de minister ons te zeggen. En jij denkt: als de buren een hummer op de stoep parkeren, waarom kan ik dan niet in mijn zuinige auto rondrijden?

En trouwens, als de NAM zegt dat we nog gas in het Waddengebied hebben, waarom zouden we dat dan niet eerst nog even opmaken?

Maar als we écht in gevaar zijn, dan doet Rutte toch wel wat?

Dat is de vraag. Wetenschappers waarschuwen dat we geen tijd te verliezen hebben. De effecten van wat we nú aan CO2 uitstoten, zijn pas over 30 jaar voelbaar. Volgens Urgenda, een landelijke organisatie voor duurzaamheid en innovatie, kunnen we op 100% duurzame energie zijn in 2030. Maar Rutte houdt het op 2050.

Dus politici en bedrijven kunnen we niet vertrouwen?

Ze spelen lang niet altijd open kaart. Shell heeft bijvoorbeeld al 30 jaar geleden een film gemaakt over de risico’s van klimaatverandering. Shell kent die risico’s dus al járen. Maar de film verdween in een diepe la.

In 2000 ontwierp General Motors de GM EV1, een futuristische elektrische leaseauto. Hij was een grote hit bij de Californische jetset. Toch belandden de 1.000 auto’s een jaar later op de schroothoop. Samen met nog eens 4.000 andere elektrische voertuigen. Waarom? Omdat de consument er niet klaar voor was, zegt General Motors. De documentaire Who killed the electric car laat iets anders zien; namelijk dat de Amerikaanse oliemaatschappijen er nog niet klaar voor waren. Die wilden benzine blijven verkopen.

Overheden en grote industrieën hebben veel gevestigde belangen. Daar komt de innovatie niet vandaan. Die komt wél van startups, zoals Tesla. Of van onszelf.

Je hóeft namelijk niet op de anderen te wachten, je kan het zélf alvast gaan doen

Samsø 

In de jaren ’90 kondigt het abattoir op het Deense eiland Samsø aan dat zij verhuist naar het vasteland. Met de vleesindustrie zal ook de werkgelegenheid verdwijnen, en dus de jonge gezinnen.

Eilandbewoner Søren Hermansen komt met een plan: de 4.000 bewoners investeren ieder minimaal 10.000 euro in zonnepanelen, zonneboilers en windmolens. Boeren gaan biobrandstof verbouwen.

In 2000 produceert Samsø al meer dan genoeg energie voor de eilandbewoners. Ze houden zelfs over voor export. Op het schoolplein spelen nog steeds kinderen. De bakker verkoopt nog steeds brood.

Energieneutrale woning

‘Ik sliep met een muts op, en een coltrui aan’, vertelt Ingeborg. Renze en Ingeborg verbruikten op hun woonboot zó veel gas, dat ze in het grootste deel van het schip de verwarming niet meer durfden aan te zetten. Ze schaamden zich.

Dat was twee jaar geleden. De afgelopen winter hadden ze het voor het eerst warm. Zonder schuldgevoelens. Ze wekken hun warmte en elektriciteit nu zelf op, met een warmtepomp en PVT-panelen.

Kortom

We zijn meelopers en we kijken graag eerst even naar wat de anderen doen. Bij het klimaatprobleem werkt dat niet. Het is zó groot en complex dat bijna niemand weet wat hij moet doen. En dus is de kans groot dat we maar niets doen.

Tenzij je het probleem terugbrengt tot eilandniveau, of buurtniveau, of tot je eigen vierkante meters. Dan kun je daar alvast beginnen. Want daarvoor hoef je alleen naar jezelf te kijken.

Als we na een ouderavond allemaal ons eigen stoeltje terugzetten, is de klas zó weer opgeruimd.

Hoe sociale innovatie er wél in slaagt de wereld te veranderen? – en hoe 50+ers de straten van Amsterdam vriendelijker maken

Een grote groep lepelaars vliegt elke herfst van de Nederlandse Wadden naar West Afrika. Andere Nederlandse lepelaars gaan niet verder dan Frankrijk en Spanje. Van de vogels die 2.000 kilometer verder vliegen dan hun soortgenoten, sterven er velen van uitputting. Vooral als ze op de terugweg over de Sahara, tegen de wind in moeten vliegen.

Waarom? Voor niks, zegt onderzoekster Tamar Lok. Ze doen het uit gewoonte.

Wij zijn geen vogels. Wij kunnen een slimmere route kiezen. Sociale innovatie is een daar een voorbeeld van.

Wat is sociale innovatie?

Sociale innovatie is het product van een nieuwe beweging in de samenleving: mensen nemen zélf het initiatief om een oplossing te bieden voor een maatschappelijk probleem. Omdat ze een ander doel hebben, dragen ze andere oplossingen aan. Hun manier van werken én de veranderingen die ze teweeg brengen noemen we sociale innovatie.

Voorbeelden zijn: energiecoöperaties die duurzame energie opwekken voor de eigen buurt.

Waar komt sociale innovatie vandaan?

Sociale innovatie komt voort uit frustratie: over een samenleving waarin we steeds maar nóg meer produceren en consumeren. Over bedrijven die échte innovatie tegen houden, wanneer ze daar zelf niet meer mee gaan verdienen. Die bedrijven hebben ook nog eens grote invloed op politieke beslissingen.

In Nederland zijn we rijk. En we zijn slim. Maar we weten onze kennis nog niet in te zetten om bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen te verminderen: ons land is al jaren het vieste jongetje van Europa als het gaat om CO2-uitstoot.

Waar heb je sociale innovatie voor nodig?

Sociale innovatie is nodig voor verandering. Sociale vernieuwers nemen maatschappelijke taken op zich die anderen laten liggen. Ze starten projecten waar bedrijven geen brood in zien. Ze zijn niet gehinderd door aandeelhouders die winst verwachten. Het maakt ze vrijer. En creatiever.

Maar sociale vernieuwers maken toch ook gewoon winst?

Natuurlijk, maar niet per sé. Sociale vernieuwers beginnen vanuit een gevoel van urgentie, zonder winstoogmerk. Impact first. Geld is een middel, geen doel.

Met buurtinitiatieven verander je de wereld toch niet?

Nee. Maar je moet ze ook niet onderschatten.

Het gaat niet om één initiatief in één gemeente. Ze zijn met velen. Ze beginnen met één project. Denk aan een buurtdiner, of groter: een windmolen van en voor de buurt. Lukt het? Dan heb je ervaring opgedaan die je meeneemt naar het volgende project.

Buurtinitiatieven brengen een probleem én een oplossing aan het licht. En ze brengen mensen samen: rond de bessenoogst in de buurtmoestuin, of op de werkvloer. Ze zorgen namelijk ook voor nieuwe banen.

Een voorbeeld: Taxi Electric

Vorig jaar ontdekte ik, samen met mijn rolstoelgebonden oom, Taxi Electric: een sociale onderneming van twee oud VU-studenten. Ome Jan moet in en uit de rolstoel, in en uit de taxi. De chauffeurs van Taxi Electric helpen je en hebben echt alle tijd van de wereld. Er loopt geen teller, je betaalt je rit per kilometer.

De chauffeurs waren werkeloze 50+ers. Nu zijn ze de meest vriendelijke taxichauffeurs van Amsterdam. De sociale onderneming groeit snel. In 2011 ging de eerste taxi de weg op. Nu zijn het er 40.

Taxi Electric is één van de 6.000 sociale ondernemingen in Nederland. Ze hebben samen 60.000 werknemers in dienst. De werkgelegenheid neemt jaarlijks toe met 25%. In het gewone MKB was dat afgelopen jaar maar 2%. (bron: De Social Enterprise Monitor)

Energiecoöperaties

Wij, bewoners van woonboten aan het IJsbaanpad in Amsterdam, keken uit op het lege dak van voetbalclub ASV Arsenal. Zonde, dachten we. Samen met onze buren richtten we energiecoöperatie Zuiderlicht op. Daar liggen nu 180 zonnepanelen op het dak. En er liggen 1200 zonnepanelen op diverse schooldaken. We zijn ook mede-eigenaar van een windmolen in Flevoland. We hebben een tiental nieuwe projecten in voorbereiding.

Onze belangrijkste troef zijn onze leden. We hebben er ruim 600 en bijna elke dag melden zich nieuwe leden aan. Ze zoeken mee naar lege daken in hun buurten en ze lenen ons hun geld als we nieuwe projecten realiseren. Samen wekken we energie op, die we ook weer afnemen. Samen krijgen we de controle terug: over ons eigen energiesysteem.

In Nederland zijn er 400 energiecoöperaties. Vijf jaar geleden waren het er nog 75. (bron: de Lokale Energiemonitor)

Samengevat

We hebben het geld en we hebben de kennis. Maar we zijn tot nu toe niet in staat milieuproblemen op te lossen. Mensen nemen daarom zélf het initiatief. Dat doen ze niet primair voor de winst, maar ze dragen met hun activiteiten en ondernemingen wél bij aan een nieuwe economie.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt er over blijven praten, of je kunt ook iets gaan doen. Je kunt zelf een initiatief starten. Of je kunt je aansluiten bij een initiatief in jouw buurt.

 

Portfolio Items