Buurtwarmte WG-terrein – omdat het lokaler, duurzamer, goedkoper, transparanter, democratischer én sneller kan

Wanneer we elkaar weer mogen omhelzen?
Daar hebben we als Amsterdammer weinig invloed op.
Waar we wel invloed op hebben is wat er in onze buurt gebeurt. Waar we straks onze warmte uithalen. Voor welke techniek we kiezen, en voor welke bronnen.

Hoe? De bewoners van het voormalige Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis terrein, oftewel het WG-terrein, wijzen ons de weg. Tien van hen namen het initiatief, richtten buurtcoöperatie Ketelhuis WG op en maakten een plan.

Ik spreek met twee van hen: Ted Zwietering en Annette Schermer, in de woning van Schermer in het monumentale Poortgebouw.

Wat is het plan?

Het plan is om een buurtwarmtesysteem aan te leggen dat tijdens de zomer zijn warmte haalt uit het door de zon opgewarmde Jacob van Lennepkanaal. Die zomerwarmte slaan de bewoners op in ondergrondse putten voor Warmte Koude Opslag (WKO). Collectieve warmtepompen maken van de 15 tot 20 graden een temperatuur van tussen de 40 en 70 graden: om mee te douchen en te verwarmen.

Ik kijk naar de hoge ruimte, de hoge ramen, oude muren de voorzetraampjes voor de enkelglas raampartijen.

Is dat warm genoeg?

Ja, zegt Schermer. Een aantal gebouwen zal eerst eenvoudige energiebesparende maatregelen moeten treffen, zoals kieren dichten. Zelfs voor de woningen in het oude, monumentale Poortgebouw is dat haalbaar.

Maar op het WG-terrein staan niet alleen maar monumenten. Er zijn ook nieuwere en beter geïsoleerde gebouwen. Per gebouw is in kaart gebracht wat haalbaar is. Een deel is zelfs per direct geschikt, of geschikt te maken voor 40 graden. De rest kan op 70 graden, en eventueel later naar 40 graden.

Rond de 70 is de temperatuur van het water op de heenweg, rond de 40 graden is het water op de terugweg, wanneer het al een deel van de warmte afstond.

Donkergroen = direct geschikt voor 40 graden
Lichtgroen = (direct) geschikt voor 70 graden
Geel = geschikt voor 70 graden na maatregelen
Blauw = kans 40/70 graden na renovatie
Rood = nog uitzoeken, want monumenten, bedrijven, etc.

Maar moet je niet eerst isoleren?

‘Als je bewoners vraagt om eerst €20.000 tot €30.000 aan de isolatie uit te geven, dan doet niemand mee’, zegt Zwietering. En dus is de volgorde omgedraaid: na minimale maatregelen eerst aansluiten, en dan pas je dak of je vloer isoleren. Dat kun je dan op natuurlijke momenten doen: bijvoorbeeld als je gaat verbouwen of verhuizen. Of als er groot onderhoud op het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) staat.

Gebeurt het dan wel?

Ja. Voor een buurtcoöperatie is warmte geen commercieel product. Het is een gemeenschappelijke voorziening. Hoe meer je isoleert, hoe meer woningen je met dezelfde hoeveelheid warmte kunt verwarmen. Iedereen is straks mede-eigenaar van het warmtesysteem. Isolatie dient dus een collectief belang. Ketelhuis WG neemt een actieve rol in het stimuleren en adviseren van gebouweigenaren.

Er is nog een belangrijke prikkel om daadwerkelijk te isoleren. Bewoners betalen straks een klein bedrag voor vastrecht: dat is een vast bedrag voor de aansluiting. Ze betalen voorál voor variabele kosten, oftewel voor de warmte die ze gebruiken. Het loont dus om energie te besparen. De investering in isolatie verdien je weer terug. Logisch? Bij centrale stadswarmte is het net andersom: daar betaal je meer voor vastrecht en minder voor je gebruik.

Ook de eenmalige Bijdrage Aansluitkosten (BAK) is laag: die is €2.000. Een aanbieder van stadswarmte vraagt voor een nieuw warmtenet tussen de €5.000 en bijna €6.000. ‘Het bedrag van €2.000 komt niet uit de lucht vallen’, zegt Zwietering: ‘Wie nu een gasgestookte CV-ketel heeft moet die late onderhouden, en binnen 15 jaar een nieuwe cv-ketel kopen. Voor hetzelfde geld kun je dus aansluiten op het collectieve systeem’.

Een gouden aanbod, vindt ook de woningbouwcorporatie

Stadgenoot, de woningbouwcorporatie die meer dan de helft van de woningen op het terrein in haar bezit heeft, volgt de plannen aanvankelijk met voorzichtige interesse. Maar na de laatste presentatie is de corporatie definitief om. ‘Eerst aansluiten en dan pas isoleren, het belonen van isoleren met hoge variabele kosten, én een BAK van €2.000: dat is voor een woningbouwcorporatie een gouden aanbod’, zegt Zwietering. De woningbouwcorporatie informeert inmiddels ‘of de bouwblokken aan de overkant van het Jacob van Lennepkanaal misschien óók mogen meedoen’.

Moet Stadgenoot niet wat meer voor haar aansluitingen betalen?’, vraagt de gemeente Amsterdam. ‘Nee’, zegt Zwietering: ‘dat heeft met solidariteit te maken: het gaat om huurders. We hebben liever dat Stadgenoot haar geld in isolatie stopt.’

Een beetje snel alstublieft want dat scheelt ons 65 K

Ook bij de bewoners groeit het vertrouwen. Onlangs waren Schermer en Zwietering op de ALV van de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het Wilhelmina Paviljoen. Een jaar geleden waren de bewoners kritisch, maar sinds ze weten dat hún gebouw zonder extra maatregelen zó op 40 graden kan worden aangesloten, zijn ze een stuk positiever. Er is nog iets. In 2025 staat er groot onderhoud gepland van de rookgaskanalen. Dat is een dure grap. Maar als je tóch op het warmtenet gaat, is dat niet meer nodig.

Dus zeggen de bewoners: ‘Ja, doe maar, en ruim voor 2025 alstublieft, want dat scheelt ons 65 K’, aldus Zwietering. Later belt nog het zonnepanelengroepje: ‘of er ook verticaal zonnepanelen op het gebouw kunnen?’ Zwietering: ‘die zijn enthousiast.’

Als je als bewoner minder enthousiast bent, is dat overigens geen probleem. Je mag meedoen. Niets moet. Schermer: ‘als 70% van de bewoners wil meedoen sluiten we een gebouw aan.’ Het proces is niet alleen flexibel, maar ook transparant. Bewoners hebben inzage in alle keuzes en kosten die de coöperatie maakt.

Ted Zwietering en Annette Schermer, bij het Wilhelminapaviljoen

Wie gaat het bouwen?

DVP Smart Concepts maakt een technisch Programma van Eisen, en raadt vervolgens aan om dat op de markt te brengen. Er melden zich drie partijen: om het plan uit te werken, en om het te gaan maken.

Eén van hen is Baas B.V., een installatiebedrijf dat vooral ondergrondse buizen legt. Het bedrijf stuurt twee stagiaires naar het Energieontbijt van 02025.nl. Ze zoeken een project waar ze hun ‘tanden in kunnen zetten’ en lopen recht in de armen van Zwietering: die weet wel wat.

Baas gaat het avontuur aan, en doet dat uiteindelijk samen met Kuijpers, één van de andere inschrijvers. Kuijpers is een innovatief bedrijf dat vooral installaties bouwt. De derde partij is Eteck, Nederlands grootste beheerder van kleine warmtenetten.

Bewoners zijn serieuze opdrachtgevers

‘We hebben ons kapot zitten zoomen,’ vertelt Zwietering. Tijdens een zogenaamde concurrentiegerichte dialoog laten beide partijen zien dat ze het kunnen en dat ze het willen. Ze zetten er onbetaald een heel team op.

Eind juli 2020 twee liggen er twee prachtige rapporten, met alle bijbehorende technische specificaties over waar en hoe ze het gaan bouwen. Verliezers zijn er niet. Baas Kuijpers mag het warmtenet bouwen, maar ook Eteck blijft betrokken, ook bij de uitvoering.

‘Het laat zien dat bewoners serieuze opdrachtgevers zijn voor dit soort partijen’, zegt Zwietering, ‘en dat het kán, ook midden in de stad.’

Poortgebouw WG-terrein

En hoeveel kost dat?

De kosten voor isolatie zijn afhankelijk van het gebouw en de wensen van de bewoners. Dat betalen bewoners zelf, al dan niet met hun VvE.

De kosten voor de aanleg van het warmtenet zijn ca. €23 miljoen voor 1.500 woningen. De totale kosten voor de installatie, het onderhoud en de exploitatie zijn €35 miljoen voor de komende 30 jaar. Het systeem zal tegen die tijd warmte leveren aan alle 2.500 woningen.

Wie gaat het betalen?

Allereerst: bewoners en banken. Banken lenen geld, en bewoners betalen de komende dertig jaar die investering weer terug, met onder andere hun energierekening. Bewoners krijgen een meerderheidsbelang en zeggenschap over de bronnen en het proces. En uiteindelijk ook over de prijs.

Maar of de banken het avontuur aandurven, blijft lang spannend. Dat heeft – achteraf gezien – te maken met het aanbod van nog een derde partij, om ook mee te investeren. Pas als dát aanbod van tafel is, zijn twee banken écht geïnteresseerd.

Banken hebben geld zat

Dat is een eyeopener. Zwietering: ‘ze willen juist een unieke relatie. Ze hebben geld zat, maar als de boel failliet gaat willen ze aanspraak kunnen maken op het onderpand: de installatie en de contracten. Ze willen geen gedonder met nog een andere partij die daar aanspraak op maakt.’ Maar de conclusie is dus dat banken onder die voorwaarde graag mee investeren.  En dat is goed om te weten.

Dan blijven nog over de kosten die zich niet in dertig jaar laten terugverdienen: de niet rendabele investering in het systeem van de toekomst. Voor de eerste 800 woningen van het WG-terrein is het tekort geraamd op €3.300 tot €11.200 per woning.

Bewoners betalen niet méér dan nu

Dat tekort betalen de bewoners en woningeigenaren: om te beginnen met de BAK. En de overheid, middels subsidie. Een belangrijke voorwaarde is namelijk dat bewoners niet méér betalen dan nu.

In wijken die van het aardgas afgaan kunnen woningeigenaren in Amsterdam standaard €5.000 aan subsidie bij het Duurzaamheidsfonds aanvragen. Samen met de BAK van €2.000 kom je al op €7.000. ‘We zouden er zelfs aan kunnen overhouden’, lacht Schermer.

Dat is ook het streven. Maar als het anders uitpakt, voor de állereerste woningen die in Amsterdam aan MT aquathermie gaan, mag dat niet op de rekening van de bewoners komen. En dus vroegen Schermer en Zwietering de subsidie voor Proeftuinen voor Aardgasvrije Wijken aan. Die is op 26 oktober 2020 toegezegd: €7,7 miljoen voor 800 woningen toe: oftewel 800 X €9.200 per woning. Wanneer nodig kunnen ze daar, via de gemeente, aanspraak op maken.

Van onze belastingcenten?

Ja. €7,7 miljoen. Dat lijkt veel, maar het is minder dan wat de gemeente Amsterdam in september 2020 zelf berekent in haar City Deal businesscase voor Amsterdam Aardgasvrij. Dat gaat uit van een tekort van €7 tot €14 miljard. Omgerekend naar 950.000 woningen is dat tussen de pakweg €7.500 tot €15.000 per woning.

Tot nu toe kreeg het WG-terrein van de gemeente, de provincie en het stadsdeel samen €225.000 aan subsidie: voor onder andere het technische plan en de communicatie richting de bewoners. Dat is dus omgerekend nog geen €100 per woning. ‘Voor zó’n plan is dat een schijntje’, zegt Zwietering.

‘We zullen nog onze stinkende best moeten doen om het voor elkaar te krijgen, maar er ligt een plan waar we mee aan de slag kunnen.’

Maar jullie zijn hoog opgeleid en hebben bakken met geld

‘Als het ergens kan, is het hier, als het hier kan, kan het overal’, staat op de cover van de Eindrapportage van Ketelhuis WG. Maar is dat zo?

‘Jullie zijn hoog opgeleid, jullie hebben 100 jaren ervaring en jullie hebben bakken met geld en kunnen dat allemaal wel even regelen’, zegt een aantal ambtenaren.

Zwietering: ‘Onze kopgroep is inderdaad briljant. Daar zitten 10 mensen in die elkaar ontzettend goed aanvullen.’ Maar in elke buurt wonen weer andere mensen, met andere talenten. Aquathermie kan op nog veel meer pekken in de stad.

Ook in de Van der Pekbuurt?

‘Ja’, zegt Zwietering stellig.

In de Van der Pekbuurt deden bewoners vorig jaar ook onderzoek naar aquathermie. Hun rapport belandde echter alweer in de la. Het is een volksbuurt: minder yuppen, meer sociale huurwoningen. Maar ook daar kan het, denkt Zwietering. Hoe?

Met de instrumenten van Jan Schaefer

Zwietering werkte 10 jaar lang onder Jan Schaefer aan de stadsvernieuwing: een gigantische operatie om verpauperde woonwijken te renoveren of te vervangen door nieuwbouw. ‘Dat was vanaf 1981 perfect gereorganiseerd’, zegt Zwietering, ‘dat doe je niet al kletsmajorend, daar hadden we instrumenten voor:’

  • Geld: bewoners weten wat het kost
  • Kwaliteit: je garandeert een bepaalde kwaliteit
  • Proces: je maakt heldere afspraken met bewoners

Nu is het niet anders. Voor de energietransitie kunnen we gebruik maken van diezelfde tools: het kost niet meer dan nu (geld). Je krijgt duurzame energie (kwaliteit). We laten je weten wanneer we je aansluiten en wat daarvoor nodig is (proces).

‘Ik zeg niet dat bewoners overal alles zelf hoeven te ontdekken. Dat is soms niet mogelijk. Dat snap ik ook wel. Maar je zou dit hele verhaal, of een verbeterd verhaal, of een nóg beter verhaal in heel Amsterdam kunnen uitzetten. Je hoeft niet overal het wiel te gaan uitvinden en wéér met visies te beginnen’, zegt Zwietering. Maar je hoeft ook niet mee te gaan met de Transitie visie Warmte van de gemeente, die zegt: ‘doe het maar gewoon met Vattenfall’.

Richt je eigen energiecoöperatie op

‘Bewoners kunnen hun eigen energiecoöperatie oprichten. Dan organiseer je je als klant, en ben je als klantengroep interessant voor banken en technische producenten,’ adviseert Zwietering.

Hij denkt dat 02025 het platform zou moeten zijn dat bewoners, waar nodig, ondersteunt. ‘Een buurtwarmtenet hoeft geen elitair verschijnsel te zijn’, zegt Zwietering. Zijn advies is aan Amsterdammers is: verenig je en laat je niet uit elkaar spelen, als huurders en eigenaar-bewoners. Die moeten het sámen doen. Dat is niet wollig. Daar komt het gewoon op neer.’

Tot slot

Zwietering: ‘Het is niet simpel, maar we zijn er wel uit. We hebben bouwers die willen bouwen, banken die willen financieren. En we hebben klanten die willen afnemen.’

In 2021 starten de werkzaamheden. In 2023 zijn de eerste 800 woningen aangesloten. Dat is goed nieuws, niet alleen voor de bewoners van het WG-terrein.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Vanaf nu alle Wij zijn OM-verhalen in je mail?