Kalkhennep en kapot geklapperde zeilen

Tekst: Aukje van Bezeij

Bouwplaatsen stinken: naar stof, of verf, of aggregaten. De woonboot van Joan Kramer en Jan Huisman is als ik er voor het eerst ben ook nog een bouwplaats, maar dan een die ruikt naar riet en hennephout. Alle materialen zijn natuurlijk. Of hergebruikt. Of beide.

Jan Huisman en Joan Kramer zijn sinds 2012 eigenaar van de geWoonboot op de NDSM-werf. Die was in 2008 gebouwd: als prototype, om te laten zien hoe gewoon duurzaam wonen zou moeten zijn. De geWoonboot was met haar sedumdak, zonnepanelen, accu’s, regenwateropvang en warmtepomp lange tijd de duurzaamste woning op het water. Dat is ze nu niet meer. Ook Jan en Joan weten al bij aankoop, dat ze ooit een nóg duurzamere geWoonboot willen bouwen. Die ligt er nu.

Alleen, wat is nóg duurzamer?

‘Daar hadden we het al in 2012 over’, zegt Joan. Adviseurs kwamen vooral met nieuwe technieken, maar ‘dat matchte niet, er kan zoveel’. Jan: ‘Interessanter is de vraag, wat kan er weg?’ Jan en Joan zoeken uit of ze juist met minder techniek toekunnen, en verdiepen zich in natuurlijke materialen.

Kalkhennep is primeur op het water

In hun zoektocht ontdekken ze kalkhennep. ‘Het is een gevoelskwestie’, zegt Jan,  ‘ik ben van het vormen, je kunt er bochten mee maken en er mee spelen. Je hoeft je niet aan maten te houden. Je kunt bijvoorbeeld aan de noordkant je muur een paar centimeter dikker maken. Dat vind ik geweldig.’

In Nederland is er nog weinig gebouwd met kalkhennep. Op woonboten paste nog helemaal niemand het toe, maar moeilijk is het niet, zegt Jan. Met een groep mensen volgen ze één dag een workshop en gaan dan zelf aan de slag: de basis is de houtskeletbouw, de ruimtes tussen de balken vul je op met klakhennep. Ze maken zelf de bekisting en vullen met emmers en bakjes, steeds een nieuwe laag. In drie uur loop je de boot rond en zijn de muren weer een halve meter hoger. Je verplaatst de bekisting en loopt nog een rondje.

Na de muren doen ze op dezelfde manier ook de vloeren en de plafonds. Rieten matten aan de onderkanten van de balken houden de kalkmassa vast. Jan: ‘Het mooie is dat wanden, vloeren en daken één geheel worden, zonder naden en dus zonder koudebruggen.’ Ook in de bak komt kalkhennep, maar dan in kant en klare stukken. Wat handig is:  kalkhennep is ruw, je kunt er direct de leemstuc op aanbrengen.

Koel in de zomer

‘Kalkhennep is een natuurlijk alternatief voor een technische gevel, met zijn dampremmers en plastic folies’, zegt Jan. Het ademt, en neemt vanzelf vocht op. Dat is handig op het water. De massa maakt bovendien dat het traag is in het opnemen of afstaan van warmte. In de zomer blijft de boot daardoor veel langer koel, in de winter houdt het warmte langer vast.

Urban mining

Jan en Joan gaan voor hun boot op zoek naar zo veel mogelijk gebruikte materialen. Urban mining noemt Joan dat. Ze hebben geluk: op de kade, pal naast de boten van Schoonschip wordt een kantoor afgebroken. Van de betonplex-platen van het dak maken ze eerst de bekisting voor de kalkhennep muren. Vervolgens schroeft Jan ze tegen het plafond en de wanden van de bak, als extra isolatielaag.

Ook het hout komt uit gesloopte panden: de dak- en vloerbalken komen van een sporthal uit Weert, en het overige hout komt van gesloopte  jaren ‘30 en jaren ‘60 rijtjeswoningen.

Zelfs de oude, kapot geklapperde zeilen kan Jan opnieuw gebruiken: als vochtremmende laag op de bodem van de bak. Ook het beton dat hij daar stortte is gerecycled, iets wat helaas nog niet lukte voor de bak zelf. Joan: ‘Het kan al wel, maar de arkenbouwer durfde het met een bak van 6 bij 20 meter nu nog niet aan.’

Niet even naar Jongeneel

‘Het vinden van gebruikte materialen is makkelijk’, zegt Jan, ‘maar het is wel anders dan even naar Jongeneel rijden. Je moet al bij je ontwerp rekening houden met de standaard maten van oudere woningen. Je moet ook beter plannen, want je moet drie dagen van tevoren doorgeven wat je nodig hebt.’

Licht en groen op de benedenverdieping

Een groot deel van de boot ligt onder de waterlinie. Om toch daglicht binnen te krijgen komt architect en buurman Sascha Glasl van Space&matter met het plan voor twee binnentuinen. Het zijn kassen over de volle hoogte van de boot. Joan: ‘We hebben straks overal groen: binnen, boven en buiten. De buren zij er dus ook blij mee’. Naast de twee kassen aan de noordkant, is er ook nog één op het zuiden. Op een zonnige winterdag is het een extra bron van warmte en als het warm is zet je hem open. ‘Wat leuk is’, zeg Jan, je kunt straks, in de kas, de kalkhennep nog zien.’ Ook het dak wordt groen: met zonnepanelen en sedum.

Wateropvang in meerpalen

Net als de oude geWoonboot gaat ook de nieuwe regenwater opvangen, voor de planten, de wc en de wasmachines. Regenwater in de boot opslaan zorgt voor veel gedoe, want variabel gewicht. Daarom slaan ze het op in twee meerpalen. Die zijn hol, daar kan tot 6.000 liter in, zes keer zo veel als in de andere boot. ‘Aannemers willen er geen garantie op geven, maar als eigenwijze bewoner kun je dat gewoon doen’, zegt Jan met een grijns.

Grinders en smart grid

Het liefst hadden Jan en Joan een boot gebouwd die nauwelijks nog technieken nodig heeft. Maar Schoonschip is een gemeenschap: niet alleen op het sociale vlak, maar op het gebied van energie. Net als elke boot heeft ook de boot van Jan en Joan straks vacuümtoiletten en een grinder, om van rioolslib en etensresten biogas te kunnen maken. En een accu die aansluit op het smart grid, zodat bewoners de zelf opgewekte stroom met elkaar kunnen verdelen.

Ik word ecobouwer

‘We hebben er zo veel lol in en er zijn zo veel lieve mensen in die circulaire, ecologische bouwwereld, daar willen we mee verder gaan’, zegt Jan. ‘Bouwen met natuurlijke en gebruikte materialen moet standaard worden’. En dus zijn er al plannen voor de geWoonboot nr. 3, een nieuwe vergaderboot op de NDSM werk. Maar Jan hoopt op nog meer opdrachtgevers: ‘Ik word ecobouwer op het water, samen met een heel goed team. Het is echt hartstikke leuk om te doen.’