Warmte uit de moestuin

Tekst: Aukje van Bezeij

Vroeger hingen, in het scheef hangende dijkhuisje, de palingen te roken. Wie nu, door de deur van de bescheiden voorgevel stapt, voelt meteen dat die vissen weg zijn. De woning is licht en ruim, de tuin  een explosie van bloemen en planten.

Wat je niet ziet is dat deze woning geen energierekening meer heeft. ‘Nooit meer’, zegt Bart met een brede lach.

Zelf-ver-bouwkavel aan het IJ

Jaren geleden bouwde Bart met een vriend mee aan een energieneutrale nieuwbouwwoning van stuc en stro op IJburg. Sinds die tijd droomt hij van een eigen zelfbouwproject. Een zelfbouwkavel bemachtigen blijkt echter lastig.

En dan stuit hij op een dag op een oud, tochtig en vochtig dijkhuis. In de tuin vindt Bart fuiken en een anker, en bovenin de schoorsteen luikjes en stokjes voor het roken van de vissen.

Bart kan zich uitleven in het zelf verbouwen van zijn aankoop. Dat is zelfs een voorwaarde. ‘Anders hadden we het nooit kunnen betalen.’

  • Zeven jaar duurt de verbouwing.
  • Vijf jaar woont schoonvader Jimmy in huis, hij helpt elke dag mee.
  • Tweeëneenhalf jaar wonen Bart en Simone in de schuur. Koken doen ze in een tent.

Oehff.

Alleen de keuken herinnert nog aan die tijd: het is een verzameling van hergebruikte deuren, pellets en een door een collega geschonken oud aanrechtkastje. De rest van de woning is, na jaren, zo goed als klaar.

Dikke, ademende warme muren

Met drie verdiepingen is het een woning van ca. 190 m2. Bart: ‘We hebben er 80 m2 bij gebouwd en zijn 23 m2 weer kwijt geraakt: aan isolatie.’ Hoe dik de muren zijn zie je goed aan de raamkozijnen, ideaal voor de poes en een paar kunstobjecten.

In de winter verwarmen de muren de ruimte. In de zomer zorgen ze voor verkoeling. Achter de strak afgewerkte wanden van leemstuc loopt namelijk een raamwerk van 1600 meter aan leidingen waar de warmtepomp warm of koud water doorheen kan laten lopen.

Warmte uit de tuin

De belangrijkste bron voor warmte is de tuin. ‘Het feit dat je je energie uit de grond haalt vind ik grappig,’ zegt Bart. En het is efficiënter dan bijvoorbeeld warmte uit de lucht halen.

Grondwarmte blijkt echter lastig en kostbaar. Wie op een zeewerende dijk woont mag namelijk niet zo maar een gat in de grond boren. De kosten voor een vergunning en een toezichthouder van het hoogheemraadschap bedragen zo’n 8.000 euro. Het zijn extra kosten waar de bewoners geen rekening mee hielden. Het plan valt daarom af.

Gemiste kans

Een heipaal de grond in slaan mag wel. Maar dat is een gemiste kans. Vandaag de dag kan je in een heipaal heel makkelijk een leiding stoppen voor je warmtepomp. Zie bijvoorbeeld de Groene Paal. Toen de zeven heipalen voor de uitbouw de grond ingingen waren die ontwikkelingen helaas nog niet zo ver.

Seizoensopslag dankzij aarde en zon

Wat nog wel kan, is om de leidingen, horizontaal, op twee meter diepte in de tuin in te graven. Daarvoor is geen vergunning nodig. Het vraagt wel om een groot oppervlak. Voor Amsterdamse begrippen heeft Bart een indrukwekkende tuin, maar als bron voor de warmtepomp is het beschikbare oppervlak op het randje.

Kan de zonneboiler op het dak het te veel aan warmte – op dagen als vandaag – niet de grond in pompen?, vraagt Bart zich af. De installateur vindt het geen gekke gedachte en gaat mee in de uitvoering van dit plan.

Op warme zomerdagen gaat er dus warmte van het dak de grond in, ook op 2 meter diepte, waar de buizen van de warmtepomp liggen. Omdat de temperatuur van de aarde stijgt, en dus ook de temperatuur van het water in de ondergrondse buizen, kan de warmtepomp met minder tuinoppervlak toe.

Slim, maar is dat wel goed voor de bloemen en de aardappels?

‘De planten en bloemen merken er niets van’, vertelt Bart, ‘.

De grond is natuurlijk niet geïsoleerd, dus er lekt wel iets aan warmte weg, maar niet veel. Eind oktober is de temperatuur onder de tuin nog steeds zo’n 20 graden. Anders zou die rond de 10 tot 12 graden zijn. Dat kost dan wel wat elektriciteit, maar dat staat niet in verhouding tot de energie die je zo in de grond pompt.

Hoe uniek is deze oplossing, vraag ik aan Bart. ‘Ook kantoorgebouwen worden gekoeld met grondwater. De temperatuurstijging van dat grondwater dient in de winter weer als warmtebron. Alleen is dit met een extra push van de zon.’ 

Geen Pur, geen PVC

Bart heeft zo veel mogelijk natuurlijke materialen gebruikt. Geen Pur en PVC, wel vlaswol (isolatie in de wanden), fermacell platen (afwerking van de wanden), cellolosevlokken (voor de isolatie van het dak) en chloorvije pp buizen (voor riool en elektra).

Recycling

Alleen voor de vloerisolatie, in de vochtige fundering, is voor een andere oplossing gekozen: een vrachtwagen vol, met 20 kuub oud piepschuim, gevonden op Marktplaats. Ook veel hout en deuren hebben in deze woning een tweede leven gekregen.

Geen keurmerk, geen kans

Het huzarenstukje van recycling is – nog even – de keuken. Gemaakt van oud hout, afgedankte keukenkastjes en een dikke deur. Maar er is een nieuwe keuken in de maak. Die had er ook al lang kunnen zijn, maar het FEC-keurmerk kon bij plaatsing tóch niet worden meegeleverd. Ondanks herhaaldelijk navragen. Die keuken is het huis niet in gekomen.

Kristalhelder ‘grijs’ water

Voor het doortrekken van de wc’s wil Bart gebruik maken van regenwater. Oftewel ‘grijs’ water. Bart stuit echter tijdens de bouw op een enorme, prachtig overwelfde waterput vol met ijskoud en kristalhelder grondwater: water wat ze vroeger waarschijnlijk gewoon dronken en waar de visser zijn netten in heeft gewassen. Een onverwachts cadeautje uit de tuin.

(Naar) Nul op de Meter

Officieel zijn we van energielabel G naar A gegaan. We hebben nog wat elektriciteit nodig die we niet zelf kunnen opwekken. Dat doen we door te participeren in een postcoderoosproject.